babies-2242682_640

“Wat een zielig, miezerig en hypocriet mannetje bent u”, beet PVV-leider Wilders D66-leider Pechtold toe bij de Algemene Politieke Beschouwingen in 2013. Een uitspraak die tot de nodige ophef leidde, mede omdat dat de Kamervoorzitter niet ingreep. En toen fractieleider Slob van de ChristenUnie het voor Pechtold opnam, kreeg hij een vergelijkbare uitspraak te horen: “U bent net zo miezerig”. ‘Respectloos taalgebruik’ noemde dagblad Trouw deze uitspraken van Wilders. Een dergelijke persoonlijke aanval heet in het debatjargon een ‘ad hominem’, een tackle op de man. In plaats van op een inhoudelijk argument te reageren, wordt de tegenstander zelf aangevallen. In de hoop de geloofwaardigheid (in jargon: het ethos) van de tegenstander te beschadigen en zo een inhoudelijke discussie te vermijden.

Je hoort wel dat het politieke debat de laatste jaren verruwt, en dat dit soort persoonlijke aanvallen typisch een verschijnsel van de huidige tijd zijn. Maar persoonlijke aanvallen in de Tweede Kamer kwamen ook al in de 19e eeuw voor.

Huil maar toe

In een ander blog schreef ik al over de uitspraak van de liberale minister Samuël van Houten uit december 1895. Van Houten had tijdens een debat in de Tweede Kamer tegen Arnold Kerdijk geroepen ”Huil maar...”, nadat deze had gezegd dat hij de inhoudelijke bijdrage van de minister betreurde.

‘Schande’ en ‘straattoon!’, schreven de media en algemeen werd de uitspraak van Van Houten veroordeeld als ‘een minister onwaardig’. Maar was dit niet een keiharde persoonlijke aanval op Kerdijk? Kerdijk leed namelijk zijn hele leven al aan zwaarmoedigheid en aan wat men tegenwoordig een bipolaire stoornis noemt. Als Van Houten destijds wist van de zwaarmoedigheid van Kerdijk, is het publiekelijk neerzetten van Kerdijk als een ‘huilebalk’ een echte ‘ad hominem’. En gezien de reactie van Kerdijk, werd de opmerking van Van Houten in ieder geval als een persoonlijke aanval gevoeld. Overigens greep ook toen de Kamervoorzitter niet in.

Hoe te reageren op een ad hominem?

Wanneer je zelf in een debat slachtoffer wordt van een persoonlijke aanval, is het belangrijk om niet te reageren met een aanval terug. Dan wordt een debat al snel een niet-inhoudelijke scheldpartij, met alleen maar verliezers. Berucht voorbeeld is het Lagerhuisdebat tussen Pim Fortuyn en Marcel van Dam uit 1997.

Veel beter is met een grap te reageren. Hiermee krijg je het publiek op je hand. Van Churchill zijn anekdotes bekend waarin hij op persoonlijke aanvallen ad-rem reageerde met een scherpe grap waarmee de ‘aanvaller’ terug in de hoek gezet werd.

Maar de meeste debaters zullen geen goede grap paraat hebben, en waarschijnlijk ook overvallen zijn als zij een persoonlijke aanval over zich heen krijgen. Het beste in dan om de persoonlijke aanval te benoemen en dan terug te gaan naar de inhoud. Door de aanval te benoemen win je wat tijd, en vaak ook de sympathie van het publiek. Je kunt de persoonlijke aanval letterlijk citeren. Maar als je dat niet wilt kun je ook algemener reageren. “Voorzitter, ik vind het jammer dat mijn opponent de inhoudelijke discussie verlaat en zich beperkt tot een persoonlijke aanval.”

Hoe pareerde Kerdijk de persoonlijke aanval?

Dit is ook precies hoe Kerdijk in 1895 reageerde. Volgens het stenografisch verslag van het debat, ging het als volgt:

De heer Kerdijk: […] En wat door den Minister van Binnenlandsche Zaken daaraan is toegevoegd. Betreuren moet ik het.

De heer van Houten, Minister van Binnenlandsche Zaken: Huil maar toe!

De heer Kerdijk: Huil maar toe, roept de Minister. Door dien toeroep ontstaat voor mij eene tweede omstandigheid , die ik te betreuren heb. Niet, dat deze Minister van Binnenlandsche Zaken zich minachtend uitlaat te mijnen persoonlijken opzicht; maar wel: dat hij minachtend spreekt naar aanleiding van eene critiek, waarvan het voldoende gebleken is, dat zij in deze Kamer instemming vond ‘bij zeer velen. Wat ik nog slechts te spreken had gehad, indien de Minister mij niet in rede ware gevallen, was eene betuiging van mijn werkelijk leedgevoel, dat in de Handelingen van de Staten-Generaal nu zal geboekstaafd staan de hier herhaalde verklaring van een man die was Minister van Binnenlandsche Zaken —  eene verklaring , hier nogmaals afgelegd na al hetgeen achter het Rijksmuseum te Amsterdam in den afgeloopen zomer is geschied — dat het daar gebeurde, als eene “aantrekkelijkheid” van de tentoonstelling , wel degelijk door de Regeering wordt gewaardeerd als gepaste vermaken.

Kerdijk herhaalt de uitroep van de minister, en maakt met een kwinkslag direct een bruggetje naar zijn eigen betoog. “Hierdoor ontstaat een tweede omstandigheid die ik te betreuren heb”. Vervolgens maakt hij van de persoonlijke aanval, een aanval op iedereen die het met hem eens is. En gaat hij verder met de inhoud.

In de media werd veel aandacht besteed aan het debat. Unaniem werd de opmerking van Van Houten veroordeeld en een minister onwaardig gevonden. Een krant schreef: “het zou de minister moeten zijn die zou moeten huilen.”

Share