road-sign-63983_1920

Ineens was de term er: ‘whataboutisme’. Niet helemaal nieuw, het Engelse woord whataboutism komt uit 1993. In Nederland besteedde dagblad Trouw er in 2014 voor het eerst aandacht aan, toen de term door Frans Timmermans genoemd werd. Maar dankzij Donald Trump staat de ‘What-About’- aanval ineens weer in het middelpunt van de belangstelling.

Wat is een ‘whataboutisme’?

Een ‘whataboutisme’ is een drogreden waarmee een debater zonder inhoudelijk in te gaan op het argument van de tegenstander met een tegenbeschuldiging  komt naar zijn opponent in het debat of naar een heel ander probleem verwijst. Doel is de aandacht af te leiden door het debat ergens anders over te laten gaan, en daardoor zelf ongeschonden te blijven. De jij-bak-persoonlijke aanval is dus een speciaal geval van een whataboutisme.

De naam ‘whataboutisme’ komt uit het Engels. Het kreeg deze naam omdat het argument vaak wordt ingeleid met de woorden ‘(but) what about’ (‘maar wat te denken van…’). Volgens het Engelstalige Wikipedia-artikel was het whataboutisme een kenmerkende propagandatechniek van de Sovjet Unie ten tijde van de Koude Oorlog. Buitenlandse kritiek op hun beleid werd door de Sovjets steevast beantwoord met het wijzen op minstens zo erge problemen in de Westerse wereld. Bekend is de zin “А у вас негров линчуют” (A u vas negrov linchuyut, letterlijk vertaald: “maar jullie lynchen negers”). Met deze later ook in andere contexten populair geworden uitdrukking uit de jaren ’30 beantwoordde de Sovjet Unie jarenlang Amerikaanse kritiek op haar mensenrechtenbeleid.

Jij-bak (tu quoque)

Bij de jij-bak wordt de tegenstander persoonlijk aangevallen. Doel hiervan het publiek te wijzen op hypocriet gedrag en daarmee de persoonlijke autoriteit van de tegenstander aan te vallen. In bovenstaand voorbeeld: een land waar zelf mensenrechten geschonden worden, heeft niet het recht een ander land terecht te wijzen. Door te verwijzen naar de lynchpartijen verlegt de Sovjet-Unie de aandacht van haar eigen misdrijven tegen de bevolking naar die in de Verenigde Staten. “Wat bij jullie gebeurt is veel erger!”

Afleidingsonderwerp

Maar het gebeurt ook dat er door een debater een heel ander onderwerp erbij gehaald wordt. Een tijdje geleden vond in de gemeenteraad van Delft een debat plaats over de vraag of teelt van softdrugs wel of niet gelegaliseerd moest worden. Al snel ging het debat over de mogelijke schadelijke gevolgen van softdrugs voor de gezondheid en de maatschappij. Hierop kreeg ik, als vertegenwoordiger van een partij die tegen legalisering van thuisteelt is, van een politicus van een andere partij de volgende vraag: “Maar alcohol is nog veel verslavender en schadelijker dan softdrug. Waarom pakken jullie alcohol niet eerst aan?”

Zo op het eerste oog een sterk argument. Er zijn volgens de tegenstander grotere problemen dan softdrugs, en laten we die eerst aanpakken. Klinkt logisch. Maar natuurlijk is het wel een drogreden. Dat alcohol schadelijker en verslavender is dan softdrugs, is geen valide reden om dus (!) maar de legalisering van softdrugs toe te staan.

Gebruik door Donald Trump

Sinds de komst van Donald Trump staat het whataboutisme weer volop in de belangstelling. Trump heeft deze drogreden tot absolute kunst verheven. Een verwijt dat Trumps beleid racistisch is, wordt beantwoord met “Ik heb gehoord dat Clinton ook racistisch is”. De beschuldiging over Russische inmenging in de campagne werd door Trump aanvankelijk gepareerd met de beschuldiging dat Obama hem afgeluisterd had. En toen Trump recent gevraagd werd naar de rellen in Charlottesville, Virginia, waarbij 3 dodelijke slachtoffers vielen door neonazi’s en aanhangers van de Klu Klux Klan, antwoordde hij:

 “What about the alt-left that came charging at, as you say, at the alt-right? … You had a group on one side that was bad. You had a group on the other side that was also very violent.”

Oftewel: neonazi’s en aanhangers van de Ku Klux Klan mogen slechte mensen zijn, maar aan der andere kant staan mensen die ook slechte dingen gedaan hebben. Wat te denken van hen?

Tactiek tegen een ‘whataboutisme’
Tactiek 1: Toegeven en het debat terugbrengen naar het oorspronkelijke onderwerp

Wanneer de beschuldiging niet te ernstig is of gewoon waar, is toegeven vaak een effectieve tactiek. Hiermee wordt de angel uit het argument gehaald. Bovendien kan het debat het eenvoudig weer teruggebracht worden naar het onderwerp waar het over ging. “Natuurlijk zijn we er ons zeer van bewust dat alcohol ook zeer schadelijk. Daarom hebben wij afgelopen jaar ook plannen voorgesteld om te voorkomen dat alcohol aan minderjarigen wordt verkocht. Maar we willen natuurlijk niet dat jongeren in plaats van alcohol drugs als heel normaal gaan beschouwen. En daarom zijn wij tegen legalisering van thuisteelt.”

Tactiek 2: Socratische ironie

Veel moeilijker en gedurfder is de Socratische ironie, een techniek geïntroduceerd door Socrates. Hierbij houd je in eerste instantie van de domme en ga je mee in de redenering van de opponent.  Kenmerkend van de Socrates-methode is dat je scherpe vragen stelt die na een tijdje de opponent zelf tot de conclusie laten komen dat zijn argument niet deugt.

Nieuwsbrief

Wil je regelmatig debattips, anekdotes over historische debaters of ander debatnieuws ontvangen? Meld je dan aan voor de Nieuwsbrief

 

 

Share